Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
hij
zij / ze
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Aanvoegende wijs
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Als je snel naar huis wilt, vaar dan uit voor het donker.
gebiedende wijs, informal
Ze is uitgevaren naar een verre bestemming.
voltooid deelwoord, neutral
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.