🇳🇱

Vak

hetZelfstandig naamwoordA1

Enkelvoudsvormen

Het enkelvoud 'vak' is een het-woord en wordt zowel concreet (compartiment, hokje) als abstract (leervak, beroep) gebruikt.

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

Het meervoud is 'vakken' en verwijst meestal naar meerdere schoolvakken of meerdere compartimenten.

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Verwijst naar een klein afgebakend hokje of compartiment, bijvoorbeeld op een formulier, spelbord of in een agenda.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • schoolvak

    leervak dat op school wordt onderwezen

  • vakman

    iemand die een vak grondig beheerst

  • vakantie

    periode zonder school of werk (oorspronkelijk 'vrij van het vak')

  • vakgebied

    specialisatie of werkterrein

Veelgebruikte woordcombinaties

  • een vak kiezen

    Wordt vooral gebruikt in de context van het middelbaar onderwijs.

  • het vak beheersen

    Betekent dat iemand erg goed is in zijn beroep of ambacht.

  • in het vak zitten

    Uitdrukking om aan te geven dat iemand werkzaam is in een bepaald beroep.

  • een vak aanvinken

    Vaak in combinatie met formulieren of vragenlijsten.

Belangrijke opmerkingen

  • usage:De betekenis hangt sterk af van de context: 'vak' kan zowel een schoolvak, een beroep, als een fysieke ruimte aanduiden.
  • countability:Telbaar: je kunt spreken van 'één vak' of 'meerdere vakken'.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.