NEDERLANDS
🇳🇱

Vals

Bijvoeglijk naamwoordA2

Attributieve vormen

Als je 'vals' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je 'valse'. Bijvoorbeeld: 'de valse kat' of 'een valse opmerking'. Bij onzijdige woorden zonder lidwoord gebruik je 'vals', zoals in 'vals geld'.

Met bepaald lidwoord
Met onbepaald lidwoord
Zonder lidwoord

Predicatieve vorm

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijken' gebruik je altijd 'vals'. Bijvoorbeeld: 'De kat is vals' of 'De opmerking blijkt vals'.

Vergrotende trap

Om te zeggen dat iets of iemand valser is dan iets of iemand anders, gebruik je 'valser'. Bijvoorbeeld: 'Deze kat is valser dan die andere'.

Grondvorm
Met "dan"

Overtreffende trap

Voor de overtreffende trap gebruik je 'valste' voor een zelfstandig naamwoord, zoals in 'de valste kat'. Als het niet bij een zelfstandig naamwoord staat, gebruik je 'valst', zoals in 'Dit is het valst'.

Attributief
Predicatief

Belangrijke opmerkingen

  • irregular:De overtreffende trap 'valst' wordt zelden gebruikt in de spreektaal. Vaak wordt 'meest vals' gebruikt in plaats van 'valst'.
  • usage:'Vals' kan zowel letterlijk (bijv. valse tanden) als figuurlijk (bijv. een valse opmerking) gebruikt worden.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.