🇳🇱

Vast

Bijvoeglijk naamwoordA2

Attributieve vormen

Als je 'vast' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je meestal 'vaste'. Bijvoorbeeld: 'een vaste baan', 'de vaste regel'. Na 'het' zonder lidwoord gebruik je soms alleen 'vast', zoals in 'vast werk'.

Met bepaald lidwoord
Met onbepaald lidwoord
Zonder lidwoord

Predicatieve vorm

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'vast'. Bijvoorbeeld: 'De afspraak is vast' of 'Het contract wordt vast'.

Vergrotende trap

Om te zeggen dat iets 'meer vast' is, gebruik je 'vaster'. Bijvoorbeeld: 'Deze stoel is vaster dan die andere'. Je kunt ook 'vaster dan' gebruiken: 'Mijn nieuwe contract is vaster dan het oude'.

Grondvorm
Met "dan"

Overtreffende trap

Voor de overtreffende trap gebruik je 'vastste' voor een zelfstandig naamwoord, zoals 'de vastste knoop'. Als het na een werkwoord komt, gebruik je 'vastst', maar dit is zeldzaam. Vaak zeg je 'meest vast' in plaats van 'vastst'.

Attributief
Predicatief

Belangrijke opmerkingen

  • irregular:De overtreffende trap 'vastst' is ongebruikelijk in de praktijk. Vaak wordt 'meest vast' gebruikt in plaats van 'vastst'.
  • usage:'Vast' kan ook als bijwoord gebruikt worden, bijvoorbeeld: 'Hij staat vast op zijn benen.'
  • spelling:In de stellende trap krijgt 'vast' een -e in attributieve positie (vaste), behalve na 'het' zonder lidwoord (vast werk).

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.