Vastbinden
Hulpwerkwoord
hebben
scheidbaar werkwoord, onregelmatig (verleden tijd: bond vast)
Het werkwoord 'vastbinden' wordt vaak gebruikt in contexten waar iets of iemand stevig moet worden bevestigd of vastgemaakt, zoals touwen, dieren, of voorwerpen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
jij / je
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik bind de hond altijd vast als er bezoek komt.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij bond het touw stevig vast rond de paal.
verleden tijd, aantonende wijs
We hebben de fietsen vastgebonden voordat we weggingen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Bind de boot goed vast, anders drijft hij weg!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.