NEDERLANDS
🇳🇱

Vastgrijpen

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben

scheidbaar werkwoord, onregelmatig

Het werkwoord 'vastgrijpen' kan zowel letterlijk (fysiek iets vastpakken) als figuurlijk (een kans of mogelijkheid benutten) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

  • ik

  • jij / je

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

  • ik

  • jij / je

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik grijp de leuning vast als de trein remt.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij greep de dief vast voordat hij kon ontsnappen.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Wij hebben de kans vastgegrepen om een huis te kopen.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Grijp de bal vast!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.