NEDERLANDS
🇳🇱

Vastmaken

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben

regelmatig werkwoord met scheidbaar voorvoegsel 'vast-'

Het werkwoord 'vastmaken' betekent het bevestigen of verbinden van iets aan iets anders, vaak met de bedoeling dat het niet losraakt.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Ik maak de boot aan de kade vast.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je de deur vastgemaakt?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Maak de riem vast voordat we vertrekken.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hij maakte de schilderijen aan de muur vast.

    verleden tijd, aantonende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.