Vastzitten
Hulpwerkwoord
hebben
onregelmatig, scheidbaar werkwoord
Het werkwoord 'vastzitten' kan zowel letterlijk (fysiek vastzitten) als figuurlijk (mentaal of situationeel vastzitten) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik zit vast in de lift.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren zat ik vast in de file.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb uren vastgezeten in de trein.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Het is vervelend dat je vastzit in die situatie.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.