🇳🇱
Bijvoeglijk naamwoordA1

Attributieve vormen

Als je zegt 'de verre heuvel' of 'een verre reis', gebruik je 'verre' vóór het zelfstandig naamwoord. Het geeft een afstand aan.

Met bepaald lidwoord
de verre heuvel
"Ik zie de verre heuvel in de verte."
Met onbepaald lidwoord
een verre reis
"We maken een verre reis naar Japan."
Zonder lidwoord
ver
"De stad is ver van hier."

Predicatieve vorm

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'ver': De winkel is ver. Het laat ook afstand zien, maar het komt na het werkwoord.

ver
"De winkel is ver."

Vergrotende trap

Voor de vergrotende trap gebruik je 'verder'. Bijvoorbeeld: 'Dit boek ligt verder weg.' Je vergelijkt dan de afstand met iets anders.

Grondvorm
ver
"Dit is verder dan de vorige keer."
Met "dan"
verder dan
"De brug is verder dan het park."

Overtreffende trap

Voor de overtreffende trap gebruik je 'verst'. Bijvoorbeeld: 'Dit is de verst die ik ooit heb gelopen.' Het geeft aan dat dit de grootste afstand is in de vergelijking.

Attributief
de verste weg
"Dat is de verste weg die ik heb gelopen."
Predicatief
verst
"Dit is het verst dat we zijn gekomen."

Belangrijke opmerkingen

  • usage:In de reguliere contexten wordt 'ver' als bijvoeglijk naamwoord gebruikt.
  • spelling:Let op de spelling van 'verder' en 'verst', die zijn afgeleid van 'ver'.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.