Attributieve vormen
Als je zegt 'de verre heuvel' of 'een verre reis', gebruik je 'verre' vóór het zelfstandig naamwoord. Het geeft een afstand aan.
- Met bepaald lidwoord
- de verre heuvel
- "Ik zie de verre heuvel in de verte."
- Met onbepaald lidwoord
- een verre reis
- "We maken een verre reis naar Japan."
- Zonder lidwoord
- ver
- "De stad is ver van hier."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'ver': De winkel is ver. Het laat ook afstand zien, maar het komt na het werkwoord.
Vergrotende trap
Voor de vergrotende trap gebruik je 'verder'. Bijvoorbeeld: 'Dit boek ligt verder weg.' Je vergelijkt dan de afstand met iets anders.
- Grondvorm
- ver
- "Dit is verder dan de vorige keer."
- Met "dan"
- verder dan
- "De brug is verder dan het park."
Overtreffende trap
Voor de overtreffende trap gebruik je 'verst'. Bijvoorbeeld: 'Dit is de verst die ik ooit heb gelopen.' Het geeft aan dat dit de grootste afstand is in de vergelijking.
- Attributief
- de verste weg
- "Dat is de verste weg die ik heb gelopen."
- Predicatief
- verst
- "Dit is het verst dat we zijn gekomen."
Belangrijke opmerkingen
- usage:In de reguliere contexten wordt 'ver' als bijvoeglijk naamwoord gebruikt.
- spelling:Let op de spelling van 'verder' en 'verst', die zijn afgeleid van 'ver'.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.