Verbazen
Hulpwerkwoord
hebben
reflexief werkwoord (zich verbazen)
Het werkwoord 'verbazen' wordt vaak reflexief gebruikt (zich verbazen) om uitdrukking te geven aan verbazing of verrassing.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik verbaas me over hoe snel je Nederlands hebt geleerd.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij verbaasde zich over de prachtige architectuur in Rotterdam.
verleden tijd, aantonende wijs
Wij zijn verbaasd over de resultaten van het onderzoek.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Verbaas je niet als het morgen regent!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.