Verbeelden
Hulpwerkwoord
hebben
reflexief (zich verbeelden), zwak werkwoord
Het werkwoord 'verbeelden' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iemand zich iets inbeeldt of voorstelt, soms met een lichte connotatie van fantasie of onwerkelijkheid.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik verbeeld me vaak dat ik op reis ben.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij verbeeldde zich dat hij de wedstrijd zou winnen.
verleden tijd, aantonende wijs
Verbeeld je eens dat je een dagje vrij hebt!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij heeft zich altijd al een beroemde actrice verbeeld.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.