Verdoezelen
Hulpwerkwoord
hebben
overgankelijk werkwoord
Het werkwoord 'verdoezelen' heeft een negatieve connotatie en wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iemand opzettelijk informatie verbergt of minder opvallend maakt.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
De regering verdoezelt de echte cijfers van de werkloosheid.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft zijn fouten altijd verdoezeld in plaats van ze toe te geven.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als hij de waarheid niet verdoezelde, zou iedereen hem vertrouwen.
onvoltooid verleden toekomende tijd, voorwaardelijke wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.