NEDERLANDS
🇳🇱

Verdubbelen

Werkwoord

Hulpwerkwoord

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'verdubbelen' betekent het tweemaal zo groot of veel maken van iets. Het wordt vaak gebruikt in contexten van groei, inspanningen, kosten of hoeveelheden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Ik verdubbel mijn inzet om het project op tijd af te krijgen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft de hoeveelheid ingrediënten verdubbeld voor het feest.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Verdubbel je aandacht tijdens het examen!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als hij zijn inspanningen zou verdubbelen, zou hij meer succes hebben.

    onvoltooid verleden toekomende tijd, aantonende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.