Verdubbelen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'verdubbelen' betekent het tweemaal zo groot of veel maken van iets. Het wordt vaak gebruikt in contexten van groei, inspanningen, kosten of hoeveelheden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik verdubbel mijn inzet om het project op tijd af te krijgen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft de hoeveelheid ingrediënten verdubbeld voor het feest.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Verdubbel je aandacht tijdens het examen!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Als hij zijn inspanningen zou verdubbelen, zou hij meer succes hebben.
onvoltooid verleden toekomende tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.