🇳🇱

Vergemakkelijken

Infinitief

Tegenwoordig deelwoord

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij

  • zij / ze

  • het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij

  • zij / ze

  • het

  • wij / we

  • jullie

Voltooid deelwoord

Gebiedende wijs

Aanvoegende wijs

Voorbeelden

  • Dit gereedschap vergemakkelijkt het werk in de tuin.

    tegenwoordige tijd, indicatief

  • Ik wil dat je de taak vergemakkelijkt voor je collega's.

    gebiedende wijs, imperatief

  • De instructies zijn vergemakkelijkt door duidelijke voorbeelden.

    voltooid deelwoord, indicatief

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.