Verhuren
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord, transitief
Het werkwoord 'verhuren' wordt gebruikt om aan te geven dat iemand iets (bijvoorbeeld een huis, kamer of voertuig) tijdelijk tegen betaling ter beschikking stelt aan iemand anders.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Zij verhuurt haar appartement al jaren aan buitenlandse studenten.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Vorig jaar verhuurde hij zijn huis aan een gezin uit Duitsland.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb mijn auto verhuurd aan een toerist voor het weekend.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Verhuur je kamer niet aan iemand die je niet kent!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.