🇳🇱

Verleden

Bijvoeglijk naamwoordB1

Attributieve vormen

Als je 'verleden' gebruikt voor een zelfstandig naamwoord, zeg je bijvoorbeeld 'de verleden week' of 'een verleden jaar'. Het betekent dat iets al voorbij is.

Met bepaald lidwoord
Met onbepaald lidwoord
Zonder lidwoord

Predicatieve vorm

Na werkwoorden zoals 'zijn' gebruik je 'verleden' zonder verandering. Bijvoorbeeld: 'Die tijd is verleden'. Het betekent dat iets al gebeurd is en nu voorbij is.

Vergrotende trap

Om te zeggen dat iets meer in het verleden ligt dan iets anders, gebruik je 'meer verleden'. Bijvoorbeeld: 'Dit is meer verleden dan dat'. Dit gebruik is niet heel gewoon in dagelijks Nederlands.

Grondvorm
Met "dan"

Overtreffende trap

Als je wilt zeggen dat iets het meest in het verleden ligt, gebruik je 'meest verleden'. Bijvoorbeeld: 'Dit is het meest verleden voorval'. Dit klinkt formeel en wordt niet vaak gebruikt.

Attributief
Predicatief

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Verleden' wordt vooral gebruikt om te praten over tijd die voorbij is. Het is niet zo gebruikelijk in de vergrotende en overtreffende trap, en klinkt vaak formeel of literair.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.