Verliezen
Hulpwerkwoord
hebben
onregelmatig werkwoord, transitief
Kan zowel letterlijk (iets kwijtraken) als figuurlijk (een wedstrijd of geduld verliezen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik verlies altijd mijn sleutels.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij verloor zijn baan vorig jaar.
verleden tijd, aantonende wijs
We hebben de wedstrijd verloren.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Verlies je geduld niet!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.