Vermaken
Hulpwerkwoord
hebben
Werkwoord (zwak werkwoord met -te(n) in de verleden tijd)
Het werkwoord 'vermaken' betekent 'amuseren' of 'zich amuseren'. Het kan zowel transitief (iemand vermaken) als reflexief (zich vermaken) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik vermaak me altijd met mijn vrienden.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij vermaakte de kinderen met zijn goocheltrucs.
verleden tijd, aantonende wijs
We hebben ons gisteren uitstekend vermaakt.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Vermaak je goed op het feest!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is belangrijk dat je je vermake tijdens de vakantie.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.