NEDERLANDS
🇳🇱

Vermaken

WerkwoordB1

Hulpwerkwoord

hebben

Werkwoord (zwak werkwoord met -te(n) in de verleden tijd)

Het werkwoord 'vermaken' betekent 'amuseren' of 'zich amuseren'. Het kan zowel transitief (iemand vermaken) als reflexief (zich vermaken) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik vermaak me altijd met mijn vrienden.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij vermaakte de kinderen met zijn goocheltrucs.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • We hebben ons gisteren uitstekend vermaakt.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Vermaak je goed op het feest!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is belangrijk dat je je vermake tijdens de vakantie.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.