Versieren
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'versieren' kan zowel letterlijk (bijv. een kamer decoreren) als figuurlijk (bijv. iemand verleiden) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik versier mijn kamer met slingers voor mijn verjaardag.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij versierde de kerstboom met lichtjes.
verleden tijd, aantonende wijs
De versierde taart ziet er prachtig uit.
voltooid deelwoord, aantonende wijs
Versier de muur met schilderijen!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is belangrijk dat je de zaal mooi versiere.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.