NEDERLANDS
🇳🇱

Versmelten

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben of zijn (afhankelijk van de context: 'hebben' voor transitieve betekenissen, 'zijn' voor intransitieve betekenissen)

Sterk werkwoord (verandering van klinker in de verleden tijd: e -> o)

Het werkwoord 'versmelten' kan zowel letterlijk (fysieke samensmelting) als figuurlijk (bijv. culturen, ideeën) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • De kunstenaar versmelt verschillende materialen in zijn sculpturen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Vorig jaar versmolten de twee dorpen tot één gemeente.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • De suiker is volledig versmolten met de boter.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Versmelt de kleuren voorzichtig op het palet.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is belangrijk dat de teams versmelten tot één hecht geheel.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.