Verspillen
Hulpwerkwoord
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
Het werkwoord 'verspillen' drukt uit dat iets (tijd, geld, energie) nutteloos of zonder resultaat wordt gebruikt. Het heeft vaak een negatieve connotatie.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
jullie
Voorbeelden
Ik verspil nooit mijn geld aan dingen die ik niet nodig heb.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij verspilde gisteren drie uur aan een computerspel.
verleden tijd, aantonende wijs
We hebben veel water verspild tijdens de droogte.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Verspil je talent niet door niets te doen!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is jammer dat zij haar kansen verspilt.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.