Het werkwoord 'vertrouwen' drukt een gevoel van zekerheid of geloof in iemand of iets uit. Het kan zowel op personen als op abstracte zaken zoals systemen of informatie betrekking hebben.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
jullie
Voorbeelden
Ik vertrouw mijn collega volledig.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij vertrouwde de informatie niet en controleerde het nog een keer.
verleden tijd, aantonende wijs
Wij hebben elkaar altijd vertrouwd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Vertrouw op je gevoel!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.