NEDERLANDS
🇳🇱

Verwarren

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben

overgankelijk werkwoord

Het werkwoord 'verwarren' betekent dat iets of iemand onduidelijk of onoverzichtelijk wordt gemaakt, vaak door iets ingewikkelds of tegenstrijdigs.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik verwar de spelling van deze woorden vaak.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft de instructies verward en deed alles verkeerd.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Verwar deze twee dossiers niet!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • De verwarrende situatie maakte het moeilijk om een beslissing te nemen.

    onvoltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.