Verwarren
Hulpwerkwoord
hebben
overgankelijk werkwoord
Het werkwoord 'verwarren' betekent dat iets of iemand onduidelijk of onoverzichtelijk wordt gemaakt, vaak door iets ingewikkelds of tegenstrijdigs.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik verwar de spelling van deze woorden vaak.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft de instructies verward en deed alles verkeerd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Verwar deze twee dossiers niet!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
De verwarrende situatie maakte het moeilijk om een beslissing te nemen.
onvoltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.