NEDERLANDS
🇳🇱

Verzekeren

Werkwoord

Hulpwerkwoord

hebben

overgankelijk werkwoord

Het werkwoord 'verzekeren' kan zowel letterlijk (bijv. een verzekering afsluiten) als figuurlijk (bijv. iemand geruststellen) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Ik verzeker mijn auto elk jaar opnieuw.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij verzekerde haar kinderen dat alles in orde was.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Heb je je reis al verzekerd?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Verzeker je goed voordat je begint!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.