🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

gereguleerd

Vier heeft zowel een formele als informele connotatie, word vaak gebruikt in contexten zoals verjaardagen of feestdagen.

Infinitief

Tegenwoordig deelwoord

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • We gaan het leven vieren.

    infinitief, neutraal

  • De kinderen zijn vierend door de tuin.

    tegenwoordige deelwoord, neutraal

  • Ik vier mijn verjaardag vandaag.

    tegenwoordige tijd, neutraal

  • Ik vierde het nieuwe jaar met vrienden.

    verleden tijd, neutraal

  • Het feest is gevierd met veel gasten.

    voltooid deelwoord, neutraal

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.