🇳🇱
hetZelfstandig naamwoord

Enkelvoudsvormen

Het woord 'virus' is een onzijdig zelfstandig naamwoord.

Bepaald (de/het)
het virus
"Het virus is gevaarlijk."
Onbepaald (een)
een virus
"Een virus kan je ziek maken."
Zonder lidwoord
virus
"Virus is een klein organisme."

Meervoudsvormen

De meervoudsvorm is 'virussen'.

Bepaald (de)
de virussen
"De virussen zijn onder controle."
Zonder lidwoord
virussen
"Virussen kunnen zich snel verspreiden."

Verkleinwoord

virusje
"Het virusje is niet zo gevaarlijk."

De diminutiefvorm 'virusje' wordt gebruikt om iets minder serieus of klein aan te duiden.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • computervirus

    "Je moet je computer beschermen tegen een computervirus."

    Een virus dat een computer kan infecteren.

  • griepvirus

    "Het griepvirus komt elk jaar terug."

    Het virus dat griep veroorzaakt.

Veelgebruikte woordcombinaties

  • besmet raken met een virus

    "Je kunt besmet raken met een virus als je niet oppast."

    Dit is een veelgebruikte uitdrukking die laat zien dat iemand ziek kan worden door een virus.

  • virus verspreiden

    "Het virus verspreidt zich snel onder de bevolking."

    Dit geeft aan dat het virus zich snel kan verspreiden; een belangrijk begrip in de epidemiologie.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:Virus is een tellend zelfstandig naamwoord, dus het heeft een meervoud (virussen).
  • usage:Het woord 'virus' wordt vaak in de context van gezondheid, ziekte en computertechnologie gebruikt.
  • register:In formele contexten zoals medische teksten is het woord 'virus' gebruikelijk; in informeel taalgebruik wordt het ook vaak aangetroffen.
  • irregular:De meervoudsvorm 'virussen' is een irregulariteit in de vervoeging, het verandert de stam.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.