🇳🇱
hetZelfstandig naamwoord

Enkelvoudsvormen

Het woord 'visum' is een het-woord en betekent een officiële toestemming om te reizen naar een ander land.

Bepaald (de/het)
het visum
"Hij heeft zijn visum voor de Verenigde Staten."
Onbepaald (een)
een visum
"Ik moet een visum aanvragen voor mijn vakantie."
Zonder lidwoord
visum
"Visum is belangrijk voor reizen."

Meervoudsvormen

De meervoudsvorm is 'de visa'. Dit woord wordt onregelmatig vervoegd in het meervoud.

Bepaald (de)
de visa
"De visa zijn goedgekeurd door de ambassade."
Zonder lidwoord
visa
"Ze hebben eerder visa gekregen."

Verkleinwoord

visummetje
"Hij heeft zijn visummetje weer nodig voor de reis."

Diminutief wordt vaak gebruikt in informele contexten, bijvoorbeeld bij gesprekken tussen vrienden.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • werkvisum

    "Zij heeft een werkvisum nodig om in Nederland te kunnen werken."

    Een visum voor werkdoeleinden.

  • toeristenvisum

    "Een toeristenvisum is vaak goedkoper."

    Een visum voor toeristen.

Veelgebruikte woordcombinaties

  • visum aanvragen

    "Je moet een visum aanvragen voor je reis."

    Een veelgebruikte uitdrukking als je een visum wil krijgen.

  • visum verlengen

    "Ik moet mijn visum verlengen voor een langer verblijf."

    Wanneer iemand langer in een land wil blijven dan zijn visum toelaat.

Belangrijke opmerkingen

  • register:Visum is een formeel woord, maar kan in informele situaties gebruikt worden wanneer men over reizen praat.
  • countability:Visum is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt het tellen: één visum, twee visa.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.