Vlaggen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'vlaggen' wordt vaak gebruikt in de context van nationale feestdagen, sportevenementen of officiële ceremonies. Het drukt meestal trots of viering uit.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
De hele stad vlagt op 27 april.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Vorig jaar hebben we voor het eerst gevlagd tijdens het EK.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als het Nederlands elftal wint, vlaggen wij altijd.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Vlag als je het eens bent met deze beslissing!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.