NEDERLANDS
🇳🇱

Vlug

Bijvoeglijk naamwoordA2

Attributieve vormen

Als je 'vlug' gebruikt vóór een zelfstandig naamwoord, verandert het vaak naar 'vlugge'. Bijvoorbeeld: 'de vlugge hond' of 'een vlugge reactie'. In de 'bare' vorm (zonder lidwoord) gebruik je gewoon 'vlug': 'een vlug paard'.

Met bepaald lidwoord
Met onbepaald lidwoord
Zonder lidwoord

Predicatieve vorm

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'vlug'. Bijvoorbeeld: 'De hond is vlug' of 'Zij wordt vlug moe'.

Vergrotende trap

Om te zeggen dat iets of iemand sneller is, gebruik je 'vlugger'. Bijvoorbeeld: 'Hij is vlugger dan zijn zus'. Je kunt ook 'vlugger dan' gebruiken om een vergelijking te maken.

Grondvorm
Met "dan"

Overtreffende trap

Voor de overtreffende trap gebruik je 'vlugst' als het na het werkwoord komt: 'Hij is het vlugst'. Als het vóór het zelfstandig naamwoord komt, gebruik je 'vlugste': 'de vlugste speler'.

Attributief
Predicatief

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Vlug' betekent snel in beweging of handelen. Het wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iemand of iets weinig tijd nodig heeft om iets te doen.
  • spelling:In de stellende trap eindigt het bijvoeglijk naamwoord op '-e' in de attributieve vorm (vlugge), behalve in de 'bare' vorm (vlug).

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.