Vol
Attributieve vormen
Als je 'vol' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je meestal 'volle'. Bijvoorbeeld: 'de volle fles' of 'een volle beker'. Na 'het' zonder lidwoord gebruik je soms gewoon 'vol', zoals in 'iets vol'.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'vol'. Bijvoorbeeld: 'De zaal is vol' of 'De emmer wordt vol'.
Vergrotende trap
Om te zeggen dat iets meer vol is dan iets anders, gebruik je 'voller'. Bijvoorbeeld: 'Deze emmer is voller dan die emmer'. Je kunt ook 'voller dan' gebruiken: 'Mijn tas is voller dan jouw tas'.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Om te zeggen dat iets het meest vol is, gebruik je 'volst' of 'volste'. Na 'het' of 'de' gebruik je 'volste': 'Dit is de volste doos'. Zonder zelfstandig naamwoord gebruik je 'volst': 'Deze doos is het volst'.
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- irregular:'Vol' heeft een onregelmatige overtreffende trap: 'volst' in plaats van 'volst(e)'.
- usage:'Vol' kan zowel letterlijk (een volle tas) als figuurlijk (een volle agenda) gebruikt worden.
- spelling:In de stellende trap krijgt 'vol' een '-e' in attributieve positie (volle), behalve na 'het' zonder lidwoord (bijv. 'iets vol').
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.