NEDERLANDS
🇳🇱

Voorleggen

Werkwoord

Hulpwerkwoord

hebben

overgankelijk werkwoord (iemand legt iets voor aan iemand)

Het werkwoord 'voorleggen' wordt vaak gebruikt in formele contexten, zoals in zakelijke of juridische situaties, om aan te geven dat iets ter beoordeling of goedkeuring wordt aangeboden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik leg je mijn ideeën morgen voor.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft het rapport aan de commissie voorgelegd.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Wij legden de kwestie vorige week aan de raad voor.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Leg dit voorstel voor aan de directeur!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is belangrijk dat hij het document aan de jury voorlegt.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs (vervangen door aantonende wijs)

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.