NEDERLANDS
🇳🇱

    Voorhanden

    B2uncommonZipf 2.7

    adjectief; zelfstandig naamwoord, enkelvoud

    • voorhanden

      Bijvoeglijk naamwoord/vor'hɑndən; vor'hɑndə/

      stellende trap

      voorhanden
    • de voorhand

      Zelfstandig naamwoord/'vorhɑnt/

      enkelvoud

      voorhand

      meervoud

      voorhanden

    Maak een gratis account om de volledige leerkaart voor dit woord te genereren.

    Gratis. Geen wachtwoord.

    Blijf leren