Voorwerpen
Hulpwerkwoord
hebben
onregelmatig werkwoord, separabel werkwoord (voor + werpen)
Het werkwoord 'voorwerpen' betekent letterlijk 'naar voren gooien'. Het kan zowel letterlijk als figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld om iets ter discussie te stellen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik werp de bal voor aan mijn zus.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft de sleutels voorgeworpen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Wierp je de steen voor in de vijver?
verleden tijd, aantonende wijs
Werp de bal voor!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.