Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de vreselijke film' of 'een vreselijke dag', gebruik je 'vreselijke' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de vreselijke
- "De vreselijke film was heel saai."
- Met onbepaald lidwoord
- een vreselijke
- "Een vreselijke storm kwam eraan."
- Zonder lidwoord
- vreselijk
- "Het was vreselijk weer vandaag."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'vreselijk': De film is vreselijk.
Vergrotende trap
Als je iets vergelijkt, gebruik je 'vreselijker': Dit is vreselijker dan dat.
- Grondvorm
- vreselijker
- "Dit boek is vreselijker dan dat boek."
- Met "dan"
- vreselijker dan
- "Hij is vreselijker dan zij."
Overtreffende trap
Als iets het ergste is, gebruik je 'vreselijkst': Dat is het vreselijkst.
- Attributief
- de vreselijkste
- "Dit is de vreselijkste tijd van het jaar."
- Predicatief
- vreselijkst
- "Dat was het vreselijkst wat ik ooit heb meegemaakt."
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.