Attributieve vormen
Als je zegt 'de vrije ruimte' of 'de vrije dag', gebruik je 'vrije' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de vrije
- "De vrije ruimte is fijn."
- Met onbepaald lidwoord
- een vrije
- "Een vrije dag is leuk."
- Zonder lidwoord
- vrij
- "Hij voelt zich vrij."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'vrij': De jongen is vrij.
Vergrotende trap
Als je zegt 'vrijer dan', vergelijk je twee dingen. Bijvoorbeeld: 'Zij is vrijer dan ik.'
- Grondvorm
- vrijer
- "Hij is vrijer dan zijn broer."
- Met "dan"
- vrijer
- "Zij voelt zich vrijer dan vroeger."
Overtreffende trap
Bij de overtreffende trap gebruik je 'vrijst'. Dit gebruik je om te zeggen dat iets het meeste vrij is, bijvoorbeeld: 'Dit boek heeft de vrijste boodschap.'
- Attributief
- de vrijste
- "Dit is de vrijste keuze."
- Predicatief
- vrijst
- "Hij is de vrijst van allen."
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Vrij' kan ook in andere contexten gebruikt worden, zoals in 'vrij in je hoofd'.
- irregular:'Vrij' is een onregelmatig bijvoeglijk naamwoord.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.