Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de vrolijke jongen' of 'een vrolijke vrouw', gebruik je 'vrolijke' vóór het zelfstandig naamwoord om de eigenschap aan te geven.
- Met bepaald lidwoord
- de vrolijke
- "De vrolijke jongen lacht."
- Met onbepaald lidwoord
- een vrolijke
- "Hij is een vrolijke man."
- Zonder lidwoord
- vrolijk
- "Vrolijk is hij altijd."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'vrolijk': De jongen is vrolijk.
Vergrotende trap
Als je iets vergelijkt, gebruik je 'vrolijker': Hij is vrolijker dan zijn zus.
- Grondvorm
- vrolijker
- "Zij is vrolijker dan haar broer."
- Met "dan"
- vrolijker
- "Hij is vrolijker dan de anderen."
Overtreffende trap
Om het hoogste niveau aan te geven, gebruik je 'vrolijkst': Zij is de vrolijkst van de groep.
- Attributief
- de vrolijkste
- "Dat is de vrolijkste klas."
- Predicatief
- vrolijkst
- "Zij is de vrolijkst van allemaal."
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Vrolijk' wordt vaak gebruikt om een positieve stemming of humeur aan te duiden.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.