Vuil
Attributieve vormen
Als je 'vuil' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je meestal 'vuile'. Bijvoorbeeld: 'een vuile handdoek' of 'de vuile ramen'. Voor 'het'-woorden zonder lidwoord gebruik je soms 'vuil', zoals in 'vuil water'.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'vuil'. Bijvoorbeeld: 'De straat is vuil' of 'Het wordt vuil buiten'.
Vergrotende trap
Om te zeggen dat iets meer vuil is dan iets anders, gebruik je 'vuiler'. Bijvoorbeeld: 'Deze vaas is vuiler dan die schone vaas'. Je kunt ook 'vuiler dan' gebruiken om een vergelijking te maken.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Als iets het meest vuil is, gebruik je 'vuilste' voor een zelfstandig naamwoord (bijv. 'de vuilste sok') en 'vuilst' na 'het' (bijv. 'het vuilst van alles').
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Vuil' kan ook als zelfstandig naamwoord gebruikt worden, bijvoorbeeld: 'Er ligt vuil op de grond.'
- spelling:In de overtreffende trap wordt 'vuilst' gebruikt na 'het' en 'vuilste' voor zelfstandige naamwoorden.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.