🇳🇱

Vuren

Hulpwerkwoord

hebben

regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)

Het werkwoord 'vuren' wordt vaak gebruikt in de context van schieten met vuurwapens, maar kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld in 'vragen vuren' (veel vragen stellen).

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik vuur elke zaterdag op de schietbaan om mijn techniek te verbeteren.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren heb ik voor het eerst gevuurd met een echt geweer.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als hij beter oefent, zal hij vaker raak vuren.

    toekomende tijd, aantonende wijs

  • Vuur niet voordat je het doel duidelijk ziet!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Men verlangt dat de schutter vure met meer discipline.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.