Waaien
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk, onregelmatig in verleden tijd (sterke en zwakke vormen)
Het werkwoord 'waaien' wordt vaak gebruikt om wind of luchtbeweging te beschrijven, maar kan ook figuurlijk gebruikt worden (bijv. 'het waait van alle kanten').
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
jij / je
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
De wind waait door de bomen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Het heeft gisteren flink gewaaid.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als het maar niet te hard waaie tijdens onze wandeling!
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Waai jij de kaars even uit?
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.