Warm
Attributieve vormen
Als je 'warm' voor een zelfstandig naamwoord zet, gebruik je meestal 'warme'. Bijvoorbeeld: 'de warme chocolademelk' of 'een warme jas'. Let op: bij sommige woorden zoals 'water' gebruik je gewoon 'warm'.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'warm'. Bijvoorbeeld: 'Het weer is warm' of 'De soep wordt warm'.
Vergrotende trap
Om te zeggen dat iets meer warm is dan iets anders, gebruik je 'warmer'. Bijvoorbeeld: 'Deze thee is warmer dan die koffie'. Je kunt ook 'warmer dan' gebruiken: 'Het is warmer dan gisteren'.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Als je wilt zeggen dat iets het meest warm is, gebruik je 'warmst' of 'warmste'. Na 'het' of 'het meest' gebruik je 'warmst': 'Het is vandaag het warmst'. Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je 'warmste': 'Dit is de warmste dag van het jaar'.
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- usage:Bij sommige vaste uitdrukkingen gebruik je 'warm' zonder -e, bijvoorbeeld: 'warm water' of 'warm eten'.
- spelling:In de overtreffende trap wordt 'warmst' soms met een -e geschreven als het voor een zelfstandig naamwoord staat: 'de warmste dag'.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.