Wassen
WerkwoordA1
Hulpwerkwoord
hebben
hebben; trans
Deze betekenis is in modern Nederlands minder gangbaar; 'in de was zetten' of 'waxen' worden vaak gebruikt.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Gebiedende wijs
Aanvoegende wijs
Voorbeelden
De restaurateur waste de antieke tafel met natuurlijke bijenwas.
verleden, indicatief
Mijn opa heeft zijn ski's altijd zelf gewast.
voltooid tegenwoordig, indicatief
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.