🇳🇱

Wedden

Hulpwerkwoord

hebben

onovergankelijk, regelmatig (met uitzondering van de verleden tijd en aanvoegende wijs)

Het werkwoord 'wedden' wordt vaak gebruikt in contexten van gokken, weddenschappen of het uitspreken van vertrouwen in een bepaalde uitkomst.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik wed dat het morgen gaat regenen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft gisteren op het verkeerde paard gewed.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Wedden dat ik sneller ben dan jij?

    tegenwoordige tijd, vragend

  • Als hij niet wedde, zou hij minder geld verliezen.

    onvoltooid verleden toekomende tijd, voorwaardelijk

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.