Enkelvoudsvormen
Het woord 'week' in enkelvoud wordt vaak gebruikt om een periode van zeven dagen aan te duiden.
- Bepaald (de/het)
- de week
- "De week begint op maandag."
- Onbepaald (een)
- een week
- "Ik heb een week vakantie."
- Zonder lidwoord
- week
- "Volgende week ga ik naar de bioscoop."
Meervoudsvormen
Meervoud 'weken' duidt op meerdere periodes van zeven dagen.
- Bepaald (de)
- de weken
- "De weken vliegen voorbij."
- Zonder lidwoord
- weken
- "Ik ben al weken op zoek naar een nieuwe baan."
Verkleinwoord
Het geeft een kleine of gezellige betekenis aan, vaak gebruikt bij vakantie of plannen.
informal
Veelgebruikte samenstellingen
werkweek
"Tijdens de werkweek ben ik druk bezig."
de periode van maandag tot en met vrijdag
zomerweek
"We hebben een prachtige zomerweek gehad."
een week in de zomer, vaak met speciale activiteiten of vakanties
weekend
"In het weekend ga ik vaak wandelen."
de periode van zaterdag en zondag
Veelgebruikte woordcombinaties
weekend
"Het weekend is om te ontspannen."
De periode na de werkweek, meestal zaterdag en zondag.
maand
"Mijn vakantie duurt een maand, dat is vier weken."
Een langere tijdsperiode die vier weken omvat.
Belangrijke opmerkingen
- register:De diminutiefvorm 'het weekje' is informeel, vaak gebruikt bij vrije tijd of vakantie.
- countability:'Week' is telbaar, omdat je het aantal weken kunt tellen.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.