Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de weke appel', gebruik je 'weke' voor het zelfstandig naamwoord om te laten zien dat iets zacht van structuur is.
- Met bepaald lidwoord
- weke
- "De weke appel is niet lekker meer."
- Met onbepaald lidwoord
- weke
- "Ik heb een weke perzik gegeten."
- Zonder lidwoord
- week
- "Dit fruit is week."
Predicatieve vorm
Na een werkwoord zoals 'zijn' gebruik je 'week': De appel is week.
Vergrotende trap
Als je twee dingen vergelijkt, zeg je 'weker': Deze kussen is weker dan die andere.
- Grondvorm
- weker
- "Dit kussen is weker dan dat kussen."
- Met "dan"
- weker dan
- "De grond is weker dan gisteren door de regen."
Overtreffende trap
Het meest zachte of weeke zeg je met 'weekste': Dit is de weekste kussen die ik heb gevoeld.
- Attributief
- weekste
- "Dit is de weekste boterham die ik ooit heb gezien."
- Predicatief
- weekst
- "De pudding is het weekst van allemaal."
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Week' als bijvoeglijk naamwoord betekent zacht van structuur. Het blijft hetzelfde in attributieve vormen voor zowel de 'de' als 'het' woorden.
- usage:Bij sommige constructies kan 'weke' in de uitspraak als 'weke' of 'weker' worden uitgesproken, afhankelijk van persoonlijke voorkeuren of dialect.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.