NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

scheidbaar werkwoord, overgankelijk

Het werkwoord 'wegsturen' betekent iemand of iets laten vertrekken, vaak omdat het niet gewenst is. Het kan zowel letterlijk als figuurlijk gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik **stuur** de hond **weg** omdat hij steeds blaft.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • De directeur **stuurde** de medewerker **weg** na het conflict.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Heb je die vervelende verkoper al **weggestuurd**?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • **Stuur** die kat **weg** voordat hij op de bank springt!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is beter dat **je hem wegstuurt** voordat het uit de hand loopt.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.