Weglopen
Hulpwerkwoord
zijn
onregelmatig werkwoord, scheidbaar samengesteld werkwoord
Het werkwoord 'weglopen' kan zowel letterlijk (fysiek weggaan) als figuurlijk (een situatie ontvluchten) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
jullie
Voorbeelden
Ik loop weg als ik me niet op mijn gemak voel.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij liep weg zonder iets te zeggen.
verleden tijd, aantonende wijs
Hij is weggelopen omdat hij ruzie had met zijn ouders.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Loop weg als je je bedreigd voelt!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.