🇳🇱

Weren

Hulpwerkwoord

hebben

overgankelijk werkwoord (iets of iemand weren)

Het werkwoord 'weren' betekent 'tegenhouden', 'afweren' of 'beschermen tegen'. Het wordt vaak gebruikt in de context van bescherming tegen iets onaangenaams, zoals insecten, ziekten, of weersomstandigheden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je

  • u

  • jullie

Voorbeelden

  • Ik **weer** de regen met een paraplu.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft zich goed tegen de kou **geweerd**.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als je je niet **were**, zou je ziek worden.

    onvoltooid tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

  • **Weer** die vliegen!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.