🇳🇱
Bijvoeglijk naamwoordB1

Attributieve vormen

Als je zegt 'de werkzame leraar' of 'een werkzame oplossing', gebruik je 'werkzame' vóór het zelfstandig naamwoord.

Met bepaald lidwoord
de werkzame
"De werkzame leraar helpt de studenten."
Met onbepaald lidwoord
een werkzame
"Een werkzame oplossing is belangrijk."
Zonder lidwoord
werkzaam
"Werkzaam in de wetenschap is leuk."

Predicatieve vorm

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'werkzaam': De leraar is werkzaam.

werkzaam
"De leraar is werkzaam."

Vergrotende trap

Als je een vergelijking maakt, gebruik je 'werkzamer': Hij is werkzamer dan zijn collega.

Grondvorm
werkzamer
"Deze leraar is werkzamer dan die leraar."
Met "dan"
werkzamer dan
"Hij is werkzamer dan zijn collega."

Overtreffende trap

Voor de hoogste vorm gebruik je 'werkzaamste': Hij is de werkzaamste van allemaal.

Attributief
de werkzaamste
"Hij is de werkzaamste leraar van de school."
Predicatief
werkzaamste
"Zij is de werkzaamste in het team."

Belangrijke opmerkingen

  • usage:Het woord 'werkzaam' wordt vaak gebruikt in professionele of formele contexten.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.