Attributieve vormen
Als je zegt 'de werkzame leraar' of 'een werkzame oplossing', gebruik je 'werkzame' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de werkzame
- "De werkzame leraar helpt de studenten."
- Met onbepaald lidwoord
- een werkzame
- "Een werkzame oplossing is belangrijk."
- Zonder lidwoord
- werkzaam
- "Werkzaam in de wetenschap is leuk."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'werkzaam': De leraar is werkzaam.
Vergrotende trap
Als je een vergelijking maakt, gebruik je 'werkzamer': Hij is werkzamer dan zijn collega.
- Grondvorm
- werkzamer
- "Deze leraar is werkzamer dan die leraar."
- Met "dan"
- werkzamer dan
- "Hij is werkzamer dan zijn collega."
Overtreffende trap
Voor de hoogste vorm gebruik je 'werkzaamste': Hij is de werkzaamste van allemaal.
- Attributief
- de werkzaamste
- "Hij is de werkzaamste leraar van de school."
- Predicatief
- werkzaamste
- "Zij is de werkzaamste in het team."
Belangrijke opmerkingen
- usage:Het woord 'werkzaam' wordt vaak gebruikt in professionele of formele contexten.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.