Wild
Attributieve vormen
Als je 'wild' voor een zelfstandig naamwoord zet, gebruik je meestal 'wilde'. Bijvoorbeeld: 'de wilde paarden' of 'een wilde plant'. Alleen bij 'het'-woorden zonder lidwoord gebruik je 'wild': 'wild water'.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'wild'. Bijvoorbeeld: 'De zee is wild vandaag' of 'Het kind wordt wild van al dat snoep'.
Vergrotende trap
Om te zeggen dat iets meer wild is dan iets anders, gebruik je 'wilder'. Bijvoorbeeld: 'De storm is wilder dan gisteren'. Je kunt ook 'dan' gebruiken: 'Een wolf is wilder dan een hond'.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Als je wilt zeggen dat iets het meest wild is, gebruik je 'wildst' of 'wildste'. Na 'het' of 'het meest' gebruik je 'wildst': 'Dit is het wildst wat ik ooit heb gezien'. Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je 'wildste': 'Dit is de wildste nacht van mijn leven'.
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Wild' kan zowel letterlijk (een wild dier) als figuurlijk (wild dansen) gebruikt worden.
- spelling:In de overtreffende trap krijgt 'wildst' een extra 'e' als het voor een zelfstandig naamwoord staat: 'de wildste' maar 'het wildst'.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.