🇳🇱

Winkelen

1
Present Tense
Perfect Tense
Past Tense
Drukke winterse stadsstraat met mensen die winkelen en vrolijke gesprekken voeren, terwijl sneeuwvlokken vallen.
2
Informal
Drukke marktscène met stijlvolle mensen die kleurrijke woondecoratie en meubels bewonderen
3
Simple
Een persoon winkelt online aan een modern bureau met een laptop en mode-items op het scherm.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.